Liefde voor de sport gaat door de maag

2012-06-13


Tijdens het WK turnen in Ahoy vorig jaar zat ik in een vak met genodigden te kijken naar de finale van de landenwedstrijd. Op een gegeven moment stroomde ons complete vak leeg, omdat het buffet gereed was. Ik weet niet wat de sporters dachten. Gokje: de Fransman in de ringen: ‘zo beroerd is mijn oefening toch niet?’ De Duitser op vloer: ‘zie je wel dat dit een damesonderdeel is’. De Japanner aan de rekstok: ‘onwelriekende oksels?’
Ik vond het echt schandalig. De vraag is wie je het kwalijk moet nemen. De onwetende genodigden die op uitnodiging komen opdraven en het allemaal ‘wel leuk’ vinden of de organisatie die sport op dat moment ‘misbruikt’ voor marketingdoelen?
De zesdaagsewedstrijden (baanwielrennen) zijn een genot om naar te kijken. Dat de meeste uitslagen van te voren al bekend zijn, mag de pret niet drukken. Wat de pret wel drukt als je renner bent, is dat je continu het idee hebt dat je door de mist aan het fietsen bent en de lucht van dampend frituurvet dat dringend aan vervanging toe is. Je zou je bijna gaan verontschuldigen dat je door het eten en borrelen heen aan het fietsen bent.
Het afgelopen EK beachvolleybal ten slotte: terwijl twee strijdende beachkoppels hun halve finale naar een climax brengen, loopt een groepje VIP’s terug naar de tribune. Wijntje in de hand, luid lachend om de grappen die reeds tijdens het uitstekende dinerbuffet zijn ingezet. De een tikt de ander aan en wijst naar de heupwiegende danseressen: lekker hè? Dat heb ik mijn vrouw nog nooit zien doen! De schaterlach die volgt, verdwijnt gelukkig in de beat van de DJ, op zijn beurt weer opgevolgd door de commentatoren die de spelers weer het veld oproepen na de time-out. Het spel gaat verder… De sport is inmiddels volwassen, nu deze mensen nog.
Zonder deze (etende en soms lallende) genodigden geen topsport. Dat kunnen we toch wel vaststellen met z’n allen. Wie betaalt bepaalt, ook dat is een stelling waar nauwelijks wenkbrauwen door gefronst zullen worden. Kunnen we echter afspreken, puur uit de gedeelde liefde voor sport, dat de toppers op het veld, in de ringen, op de vloer, in de baan de aandacht krijgen die ze verdienen?
Marketing en topsport gaan hand-in-hand. Logisch en zelfs onontbeerlijk. Je hoort mij niet klagen over het feit dat de regie tegenwoordig bij live-wedstrijden bepaalt of de scheidsrechter al mag fluiten voor het volgende punt. Is de herhaling nog bezig op tv, dan dienen de sporters even te wachten. Ook de invoering van de technical time-out (je weet wanneer hij komt en hoe lang hij duurt: ideaal voor een reclameblokje) staat niet ter discussie bij het vermarkten van de sport. 
Bij VIP-programma’s echter lijkt het kijken naar de sport bijzaak. En dat trek ik niet. Misschien komt het door het feit dat ik vroeger altijd zelf op zo’n veld stond of gewoon teveel van sport hou. Ik wil in ieder geval voorkomen dat Sanne & Marleen of Richard & Reinder straks voor halflege tribunes hun strijd strijden, omdat de gasten van onmisbare partners hun soep nog niet op hebben.
Eet smakelijk!

Reageer op dit item

Om te reageren op dit bericht dient u ingelogd te zijn.

    Column

    Henk Stouwdam Drie keer vijf is vijftien. Vijf maal drie ook...